De Belgische vrouwenploeg op internationale uitzendingen

 

Inleiding

  1. Het verschil tussen mannen en vrouwen in schaken: de feiten
  2. Het verschil tussen mannen en vrouwen in schaken: verklaringen

Analytisch denken

Focus op één ding

Cumulatie van beide factoren

  1. De Belgische vrouwenploeg: criteria en prestaties

Selectienorm

Relatieve sterkte van de ploegen: startranking

Relatieve sterkte van de ploegen: resultaten

  1. Conclusie

Inleiding

In de volgende algemene vergadering van de KBSB wordt gestemd over een voorstel om de selectienorm voor internationale ploegentornooien op te trekken naar 2000 elo. De reden: het verschil in elonorm tussen mannen en vrouwen is momenteel 450 punten. Mannen en vrouwen zijn even slim en er zijn voldoende vrouwen om aan die norm van 2000 elo te voldoen, volgens de indiener van het voorstel, Jan Gooris.

Hieronder willen wij reageren op dit voorstel, en elke argumentatie uit het voorstel onder de loep nemen. In de eerste paragraaf analyseren we of het verschil van 450 elo tussen mannen en vrouwen inderdaad zo’n absurd groot verschil is, in de tweede paragraaf bekijken we het argument dat mannen en vrouwen even slim zijn, en weerleggen we dit als geldig argument om de vergelijking te maken. In de derde paragraaf focussen we op de relatieve resultaten van de Belgische mannen- en vrouwenploeg op internationale tornooien, en ten slotte zetten we alle vaststellingen nog eens op een rijtje en trekken we een algemene conclusie.

1.     Het verschil tussen mannen en vrouwen in schaken: de feiten

Hoewel er geen eenduidige reden lijkt te bestaan waarom er een verschil zou zijn tussen de sterkte van mannen en vrouwen in het schaken, blijkt er in de praktijk toch een verschil in de resultaten. Dat er in de hele geschiedenis van het schaken nog maar één vrouw (Judith Polgar) in de top 10 van de wereld stond, bijvoorbeeld, is op zijn minst gezegd frappant te noemen.

Maar niet enkel aan de top is er een verschil. Onderstaande tabel toont het eloverschil tussen de nummer 1 van de wereld bij de mannen (Magnus Carlsen) en bij de vrouwen (Hou Yifan), maar ook tussen de nummers 10, 100 en 1000 bij beide geslachten. Hoe opvallend de elokloof ook is bij de nummers 1 (ruim 200 elo), die kloof wordt alleen maar groter als je lager op de ladder kijkt. Bij de nummer 1000 is dat verschil zelfs al 400 elo.

Tabel 1: Vergelijking tussen de FIDE rating van mannen en vrouwen, oktober 2016

Nummer Mannen Vrouwen Verschil
1 2853 2649 204
10 2764 2528 236
100 2651 2368 283
1000[1] 2470 2070 400

Wanneer we de cijfers bekijken, kan niemand ontkennen dat er dus, net als bij fysieke sporten, een niveauverschil is tussen mannen en vrouwen in het schaken[2]. Hou Yifan kroont zich met haar 2649 elo met relatief gemak tot wereldkampioene bij de vrouwen, terwijl ze bij de mannen nog niet moet dromen van een rol op het kandidatentoernooi. Net zoals Nafi Thiam Olympisch kampioene wordt op de zevenkamp, terwijl ze bij de mannen nooit de selectienormen zou halen.

In de volgende paragraaf gaan we op zoek naar mogelijke verklaringen voor dit verschil in het schaken.

2.     Het verschil tussen mannen en vrouwen in schaken: verklaringen

Nu we zwart op wit hebben toegegeven dat er een duidelijk verschil is tussen mannen en vrouwen in het schaken, gaan we op zoek naar een mogelijke verklaring hiervoor. Dat er bij fysieke sporten een verschil is, heeft iedereen al lang aanvaard. Het is dan ook logisch dat er bij zo goed als alle fysieke sporten een opsplitsing is tussen mannen en vrouwen. Maar bij het schaken is dat niet zo evident. Vrouwen zijn toch niet dommer dan mannen? Waarom organiseert FIDE dan toch aparte kampioenschappen voor vrouwen?

Wat je hieronder zult lezen, is een voorzichtige verklaring, die zeker niet volledig is, maar wel steek houdt.

Analytisch denken

Mannen en vrouwen zijn even slim, dat klopt, maar toch werkt een mannelijk brein gemiddeld gezien anders dan een vrouwelijk brein. Gemiddeld gezien zijn vrouwen sterker op verbaal en sociaal vlak (lees: ze zijn beter in talen en ze zijn empathischer), terwijl mannen gemiddeld gezien sterker zijn op visueel-ruimtelijk en analytisch vlak. En laat die laatste twee vlakken nu net capaciteiten zijn waar je iets mee kunt aanvangen in het schaken.

Voor we conclusies trekken over alle mannen en alle vrouwen, laten we het even visueel voorstellen, want wat betekent dat, gemiddeld gezien? Daarvoor grijpen we terug naar de grafiek van de normaalverdeling, waarbij het gemiddelde wel belangrijk is, maar niets hoeft te zeggen over de uitschieters. Stel dat het analytisch vermogen van de gemiddelde man één standaardafwijking groter is dan dat van de gemiddelde vrouw, dan is 50% van de mannen analytischer aangelegd dan 84% van de vrouwen.

Tabel 2: Visuele voorstelling van de normaalverdeling

normaalverdeling

Focus op één ding

Een ander erkend verschil tussen mannen en vrouwen, is dat mannen zich, alweer gemiddeld gezien, goed kunnen focussen op één ding, terwijl vrouwen gemiddeld gezien heldinnen zijn in het verdelen van hun aandacht. Opnieuw speelt dit verschil op schaakvlak in het voordeel van de mannen, want iemand die zich enkel op het schaken concentreert, zal veel meer kans hebben om een sterke schaker te worden, dan iemand die naast het schaken nog tientallen andere interesses vertoont.

Bovendien is dit laatste niet alleen een intrinsiek verschil tussen mannen en vrouwen, maar wordt dit verschil dan ook nog eens versterkt door de maatschappij. Een 13-jarige jongen die schaken als enige hobby heeft, zal hierin gemakkelijker aangemoedigd worden (“hij is gemotiveerd en gefocust, hij heeft een doel”), terwijl een meisje van die leeftijd vaker aangespoord zal worden om zich ook voor andere dingen te interesseren (“zou ze niet beter wat vriendinnetjes zoeken?”). Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat Judith Polgar net uit een gezin kwam dat een cocon gevormd had tegen de stroom van de maatschappij in en wél ruimte maakte om zich voor de volle 100% op schaken te concentreren, en dat opvolgster Hou Yifan uit China komt, een land waarin kinderen met talent van jongs af aan uit de groep gepikt worden en op zeer gedisciplineerde wijze klaargestoomd worden om uit te blinken in hun vak. Beide wereldtoppers groeiden dus op in een omgeving waarin hun vrouw-zijn niet in de weg stond van hun kansen om zich op het schaken te focussen. Het is te zeggen, tot Judith Polgar twee kinderen kreeg en alsnog vroegtijdig uit de top 10 tuimelde.

Cumulatie van beide factoren

Er zijn nog verschillen tussen mannen en vrouwen die mannen bevoordelen in hun schaakontwikkeling. Denken we bijvoorbeeld aan de competitieve geest die ook vaker aan mannen toegeschreven wordt. Toch wil ik even verder gaan op de twee hierboven beschreven kenmerken:

  • Analytisch denken
  • Zich toeleggen op één ding

We stelden hierboven dat deze beide kenmerken gemiddeld gezien eerder aan mannen toehoren dan aan vrouwen. Stel, zoals hierboven, dat het gemiddelde van mannen op beide zaken één standaardafwijking hoger ligt dan dat van vrouwen. Dit is niet zo’n groot verschil, en we kunnen dit dus een redelijke aanname noemen. Dan komen we tot de volgende conclusies:

Tabel 3: de cumulatie van kenmerken met kwantitatieve verschillen bij mannen en vrouwen

cumulatie

A = analytisch vermogen nodig om op een redelijk niveau te kunnen schaken

B = toewijding nodig om op een redelijk niveau te kunnen schaken

1 = iedereen behorend tot groep A = 50% van alle mannen en 16% van alle vrouwen

3 = iedereen behorend tot groep B = 50% van alle mannen en 16% van alle vrouwen

2 = iedereen die zowel tot groep A als tot groep B behoort = 25 % ( = 50% x 50%) van alle mannen en 2.56 % ( = 16% x 16%) van alle vrouwen.

Hieruit volgend kunnen we dus stellen dat bij de combinatie van beide factoren 25% van alle mannen de kenmerken bezit om op een redelijk niveau te kunnen schaken, waar dit maar 2,56% van alle vrouwen betreft.

Dit verklaringsmodel kan twee fenomenen in het schaken verklaren:

  • Enerzijds verklaart het waarom er meer mannen zijn die schaken dan vrouwen, in de veronderstelling dat iemand die op een redelijk niveau kan schaken, deze sport eerder zal blijven beoefenen dan iemand die dit niet kan.
  • Bovendien verklaart dit ook waarom mannen gemiddeld gezien sterker zijn in schaken dan vrouwen. Als binnen de normale verdeling 256 op 10 000 mannen (16%x16%, alweer één standaardafwijking opgeschoven) over de kenmerken beschikt die ervoor zorgen dat zij een goed niveau kunnen halen in het schaken, dan is dat maar 6 op 10 000 vrouwen (2,5% x 2.5%). Enzovoort.

Zoals aan het begin van de paragraaf aangekondigd, is dit maar een voorzichtige poging om het verschil tussen mannen en vrouwen in het schaken te verklaren. De redenering is niet gebaseerd op wetenschappelijke verklaringsmodellen (3 weken voordat er over het nieuwe voorstel gestemd moet worden, is daar de tijd niet meer voor), maar wel op common sense en algemene kennis, gecombineerd met aanneembare redeneringen. De verklaring heeft ook allesbehalve de ambitie om volledig te zijn. Toch kan deze cumulatie van kenmerken (en hun normale verdeling bij zowel mannen als vrouwen) een basis vormen voor het verklaren van de absolute verschillen in speelsterkte tussen mannen en vrouwen, zonder hierbij uitspraken te doen over de volledige groep van mannen en vrouwen.

3.     De Belgische vrouwenploeg: criteria en prestaties

Er bestaat dus overduidelijk een absoluut verschil in speelsterkte tussen mannen en vrouwen. Als we hierdoor uitspraken willen doen over het sturen van een mannen- en een vrouwenploeg naar internationale tornooien, zou dit verschil echter alleen mogen meespelen in onze redenering als we beide ploegen inschreven in de Open Reeks. FIDE en de ECU organiseren echter gelijklopend met dit open tornooi ook een vrouwentornooi, dus is het niet meer dan logisch dat we het absolute verschil omzetten in relatieve cijfers.

We zullen achtereenvolgens de relatieve sterkte op wereldschaal bekijken van de Belgen die nog net de selectienorm halen, de relatieve startranking van de Belgische ploegen op de voorbije Olympiade, en de relatieve eindranking van de Belgische ploegen op de voorbije ploegentornooien.

Selectienorm

Bekijken we even de selectiecriteria: bij de mannenploeg ligt de minimum FIDE rating op 2250 elo. Dit betekent dat op dit moment (oktober 2016) 62 Belgische actieve spelers de selectienorm halen. De laagst geklasseerde van deze 62 staat momenteel op plaats 7080 op de wereldranglijst. Bij de vrouwenploeg ligt de norm op 1800 elo. Dit betekent dat er 13 speelsters zijn in België die deze norm halen. De laagst geklasseerde van hiervan staat op plaats 3180 in de wereldranglijst.

Stel dat je de norm voor vrouwen optrekt tot 2000 elo, dan telt België welgeteld 5 kandidates (waarvan er minstens 2 niet voldoen aan de andere selectiecriteria). De laagst geklasseerde van deze 5 staat op plaats 1335 op de wereldranglijst. Met een totaal van 3 speelsters die dan nog aan alle selectiecriteria voldoen, schaf je met andere woorden de vrouwenploeg af wanneer je de selectienorm verhoogt. In de volgende paragraaf lees je waarom deze ploeg afschaffen niet wenselijk is.

Relatieve sterkte van de ploegen: startranking

Bekijken we nu eens het resultaat van deze selectienorm. Op de laatste Olympiade (Baku 2016) startte de mannenploeg op plaats 64 (van de 180 deelnemende ploegen). De vrouwenploeg startte op plaats 62 (van de 140 deelnemende ploegen). Opmerkelijk, want er was dus quasi geen verschil tussen beide ploegen. Beide ploegen startten op een plaats in de eerste helft van het klassement, ver achter de topploegen, maar ver voor de staartploegen.

Relatieve sterkte van de ploegen: resultaten

Bovendien, als we de resultaten bekijken van beide ploegen op internationale tornooien sinds de oprichting van de vrouwenploeg, dan ziet dit er als volgt uit:

Tabel 4: Resultaten van beide Belgische ploegen op de voorbije internationale tornooien

Tornooi Olympiade Europees ploegenkampioenschap Olympiade Europees Ploegenkampioenschap Olympiade
Plaats Istanbul Warschau Tromsø Reykjavik Baku
Jaartal 2012 2013 2014 2015 2016
Mannen 89 33 67 33 53
Vrouwen 47 27 43 29 43

Kunnen we nu concluderen dat de vrouwen meer recht hebben om te gaan dan de mannen?

4.     Conclusie

Er rijzen stemmen die de criteria voor het sturen van een vrouwenploeg naar internationale uitzendingen willen verstrengen, om de volgende redenen:

  • Absoluut gezien is onze vrouwenploeg veel zwakker dan onze mannenploeg (450 elo verschil)
  • Een vrouwenploeg sturen kost even veel geld als een mannenploeg sturen, en gezien het eloverschil verdienen de vrouwen dit niet.

Toch kunnen wij concluderen dat dit een voorbarige conclusie is, om de volgende redenen:

  • Overal ter wereld is er een absoluut verschil in sterkte tussen mannen en vrouwen. Een eloverschil van 450 punten is geen uitzondering op het niveau waarop België als land zich bevindt. Een absoluut verschil is dan ook enkel een geldig criterium als beide ploegen in hetzelfde (open) tornooi zouden deelnemen. Aangezien het hier om een uitzending naar twee verschillende tornooien gaat, mogen we ons niet blind staren op dit verschil en kunnen we enkel het relatieve verschil in aanmerking nemen.
  • Relatief gezien is de vrouwenploeg zeker niet zwakker dan de mannenploeg, zowel op basis van de startranking op de voorbije Olympiade, als op basis van de resultaten van de laatste 5 jaren.
  • Wie het selectiecriterium voor een vrouwenploeg verhoogt naar 2000 elo, stemt eigenlijk impliciet voor de afschaffing van een Belgische vrouwenploeg op internationale ploegentornooien, want op die manier komt België niet eens aan een voltallige ploeg die aan de selectiecriteria voldoet. Dit zou zonde zijn, om de volgende redenen:
    • Ten eerste organiseren zowel de FIDE als de ECU een apart vrouwentornooi, dus erkennen zij de gelijkwaardigheid van deze beide tornooien.
    • Ten tweede stuurt bijna elk land naast een mannenploeg ook een vrouwenploeg (150 federaties van de 180), met uitzondering van de volgende landen: Afghanistan, Andorra, De Bahamas, Burundi, Bermuda, Bahrain, Brunei, Congo, Ivoorkust, Kameroen, Cyprus, Eritrea, Faroër Eilanden, Gambia, Guernsey, Haïti, De Internationale Blindenassociatie, De Maagdeneilanden, Jersey, Kosovo, Saudi Arabië, Libië, Libanon, Liechtenstein, Macau, Madagascar, Mali, Mauritius, Mauritanië, Myanmar, Nigaria, Oman, Palau, Papua New Guinea, Senegal, San Marino, Somalië, Zuid-Soedan, Sao Tome & Principe en Togo[3]. Willen wij echt in dit rijtje vol ministaten en vrouw onderdrukkende landen komen te staan?

[1] Deze rating is bij benadering, aangezien er geen TOP 1000 lijst bestaat. De lijst is gebaseerd op de rating en de stand van Belgische spelers (Mher Hovhanisian, 2461, 1153e & Nele Vanhuyse, 2084, 924e).

[2] Laat hier geen misverstand over bestaan: een vrouw van 2000 elo is net zo sterk als een man van 2000 elo, en niemand hoeft dus verlegen te zijn omdat hij al eens van een vrouw verloren heeft.

[3] Gebaseerd op de deelnemende landen aan de Olympiade van 2016 in Baku.

Advertenties